Tips voor de wedstrijdruiter:

Naar aanleiding van de wedstrijd in Eersel op 16 mei 2009 zijn er een aantal dingen in de praktijk opgevallen, die duidelijk voor verbetering vatbaar zijn. Voor iedereen die zich voorbereid op een WEwedstrijd, hier kostbare tips!
De foto's zijn van Jolanda Scheepen,
op haar site vind je meer en grotere foto's van dit evenement.

Tip 1: Kledingkeuze:

WE kent geen showkleding, maar een verzorgde outfit hoort/scoort wel degelijk. Zie onderstaande foto's en het door de jury gegeven punt voor de presentatie. (Moet ik erbij vermelden dat de muziek ook zijn waarde had) De jury lette natuurlijk ook op schone spullen en gepoetste schoenen, invlechten was niet van belang maar kon in de eenheid meescoren.
Voor de ruiters van onderstaande foto's was het de eerste wedstrijd en men wist niet goed wat te verwachten. Als je niet weet wat te doen, kun je er ook niet op anticiperen natuurlijk. Maar het zijn gewoon mooie voorbeelden, waar je als ruiter iets aan hebt. Ze zijn dan ook zeker niet afgebeeld om mensen in een slecht daglicht te zetten. Het publiceren van deze tips zegt al genoeg over de intentie van de foto's denk ik..

Not done op een presentatie en bepunt met een 4: Een T-shirtje met korte mouwen. Geen muziek. Het hoedje vond de jury wel correct omdat het paste bij de pony en verhard was, wat veilig is.
Een weinig creatieve creatie zonder muziek maar verder wel netjes leverde een 6 op. Harnachement was gepoetst, kleren waren schoon.
Een heel gewoon maar verzorgd outfit in bij elkaar passende kleuren leverde een 7 op. De muziek was modern en niet passend bij ras of presentatie, maar was vrolijk en een lekker tempo. (Het dekje was bordeaux net als de bodywarmer maar dit komt op de foto feller over) Verder is dit passende kleding voor een KWPNpaard. De handschoenen maakt het outfit af.
Een geheel in stijl met zadel en hoofdstel westernoutfit leverde een 8 op. Er geen muziek bij, mogelijk had de ruiter dan nog een punt meer gekregen.
Een sober doch mooi outfit op Ierse basis met een Iers paard (en Ierse muziek) leverde een 9 op.
Een Spaans paard, Spaanse muziek, een Spaans kostuum in sobere aarde kleuren en een lachende amazone leverder een 10 voor presentatie op!!

Conclusie: Maak er wat leuks van, wees creatief, poets je paard, je schoenen en je harnachement. Probeer een leuke eenheid te maken.
Het is een presentatie, dus PRESENTEER jezelf dan ook!

Tip 2: Muziek

Er mag muziek meegebracht worden om je presentatie op te vrolijken. Het is voor de jury en publiek erg leuk en kan je presentatiepunten beïnvloeden. Je kunt mooie muziek uitkiezen die past bij het ras van je paard, of bij het ritme van zijn gangen. Je kunt door snelle muziek een sloom paard de indruk meegeven dat hij toch doorloopt, en met trage muziek je dribbelaar een rustige presentatie laten vertonen. Elke muziek is goed, want het is geen muzikale kür, het is een sfeer cq achtergrond muziekje. De Belgisch topruiters hadden secuur getimed wanneer de stap eindigde en de galop begon, en daar de muziek op aangepast. Sommigen gingen zo ver dat de groet bij begin en einde een mooi accoord gaf, hetgeen een zeer professionele indruk maakte.

Zet op je CD of je de muziek wil laten starten bij het groeten, anders wordt hij gewoon afgedraait als je mag starten. Je kunt een aparte CD branden, maar het is ook goed als je op de CD zet welk nummer gedraaid moet worden. Hou rekening dat de proef tot 7 minuten mag duren en dat je muziekstuk dus lang genoeg is.

Zet altijd je naam op de CD, want anders kan het verwarring opleveren en niets is zo erg als je druk maken over de verkeerde muziek, terwijl je je moet concentreren op je proef...

Het rijden op muziek heeft meer waarde als enkel de jury beïnvloeden en het publiek vermaken. Als je een paar keer oefent op de muziek, herken je snel de plaatsen waar je de movements moet maken en kunt dus makkelijk de proef onthouden. Verder ben je sneller op je gemak als je dat bekende deuntje hoort, waardoor zenuwen een minder grote rol spelen. Sommige ruiters kijken bij muziekkeuze enkel naar de rustgevende waarde en spelen hun lievelingsmuziek. Alles kan dus.

Tip 3: Spelletjes

Zie de WE niet als een wedstrijd maar als een uitdaging. Je gaat spelletjes doen met je paard. Het eerste spel is een serie oefeningen op de vlakke bodem zonder obstakels. Zie het niet als dressuur maar als een proef zonder hindernissen. Het tweede spel zijn leuke hindernissen, waarbij in de Lichte klasse niets moet. In de zware klasse wordt dat later anders, maar tegen die tijd is je paard gewend aan de slechts 18 type hindernissen. Ga er gewoon op af en neem ze alsof je dat elke dag doet. Je paard is sneller geneigd een hindernis moeiteloos te nemen als de ruiter zelfverzekerd aanrijdt. Als de ruiter twijfelt, twijfelt ook het paard en daar heb je dus niks aan. Spel drie is helemaal te gek, dan gaan alle remmen los en giert de adrenaline door je keel. Het is spannend en opwindend. En nu komt de grap: De meeste ruiters nemen de hindernissen in de speedtrail met veel meer gemak als in de stijltrail. Dat komt door de adrenaline, die de angst voor een groot deel wegneemt. Denk hieraan als je de stijltrail rijdt en ga er gewoon voor!!

Tip 4: De dressuurproef

Als de proef zonder letters is:

De volgorde van de oefeningen ligt vast, maar niet de plaats. Dat wil zeggen dat je net als in een freestyle kür nogal veel vrijheden hebt. De jury kent moeilijkheidswaarderingen toe. Voorbeeld: Een rechte lijn los van de omheining levert meer punten op als een rechte lijn op de hoefslag geplakt. Voltes erg groot gereden laten geen buiging meer zien en kunnen je punten nadelig beïnvloeden. Een hoefslag is geen cirkel want er zitten hoeken in, dus blijf tijdens de cirkels van die hoefslag af of snij duidelijk die hoeken af. Je kunt behalve je moeilijkheidsgraad verhogen door het moeilijker voor jezelf te maken, ook anderom denken. Heb je een paard wat niet goed recht loopt, dan is die hoefslag juist wel handig, en buigt je paard niet goed, dan toon je dat expres niet door de voltes aan de grote kant te rijden. Nog een goed voorbeeld is het achterwaarts. Kan je paard mooi recht achteruit, rij dan deze oefening richtin jury. Kan je paard nog niet zo netjes achteruit, dan stel je je paard paralel van de jury op en valt het niet helemaal correct achterwaarts gaan niet zo op.

Rij niet op de bonnefooi maar plan van te voren zorgvuldig de plaatsen waar je je oefening gaat doen. Oefen de proef een paar keer in zijn geheel, met muziek, en je wordt vanzelf een stuk zelfverzekerder.

Soms dient de proef uit het hoofd gereden te worden,. Mocht je een vergissing maken, dan zijn er meerdere mogelijkheden: Een niet getoonde oefening levert automatisch 0 punten op voor dat onderdeel. Omdat de jury niet kan beoordelen of je de oefening vergeten bent of bv ontzettend slecht uitvoerd, trekt hij niet aan de bel. Bij een duidelijk verkeerde volgorde trekt ie wel aan de bel en mag je wat overnieuw doen, met 5 punten aftrek. Je kunt ook zelf tot de conclusie komen dat je wat vergeten bent en stoppen, je hand opsteken en de correcte oefening alsnog rijden. Ook met 5 punten aftrek.
Een vergissing maken is niet zo erg. Mocht je heel de proef kwijt zijn, dan helpt de jury je gewoon even op weg. In deze sport steunen we vooral de mensen die een risico durven te nemen! Je gaat nooit af, je wordt beoordeeld maar nimmer bekritiseerd.

Bij proeven mét letters moet je netjes op de letter rijden, goed denken aan de juiste stelling en buiging, correcte overgangen maken. net als bij de gewone dressuur dus...

Tip 5: De wedstrijd

De WE is een competatieve wedstrijd, maar onthou dat je nooit tegen anderen rijdt maar tegen je eigen onvermogen. Het heeft geen enkel nut te willen winnen van anderen, als je zelf er niet klaar voor bent. Rij voor jezelf, maak notities van de knelpunten (bepaalde hindernissen, bepaalde momenten van zenuwen, etc) en oefen deze thuis of bij je trainer. Van elke fout kun je leren en deze verbeteren. Als je de wedstrijd niet als wedstrijd ziet maar als tussentijdse test van jullie kunnen als combinatie, dan wordt elke wedstrijd een feest zonder zenuwen!! Vooral de Basic klasse bied veel vrijheid omdat er bv ook bitloos gereden kan worden, iets wat op reguliere wedstrijden nog steeds niet is toegestaan. Of je kunt tweehandig rijden op een stang welk enkel eenhandig in de westernsport toegestaan is. WE is de sport voor iedereen, omdat het niet zo streng is maar wel moeilijk.

Tip 6: Voorbereiding op de volgende hindernis:

We zagen in Eersel heel vaak de zelfde fout. De ruiter draait weg bij de hindernis zonder acht te nemen op de volgende hindernis. Vooral bij de twee barrels, die eerst vanuit de rechtergalop genomen moesten worden, reden veel ruiters bij de vorige hindernis weg in de linkergalop. Hierdoor moest men voor de hindernis op de rem, wat een grove storing in het ritme betekende. Het aangaloperen in de correcte galop op de inmiddels rechte lijn ging dan vaak ook fout en de helft van de hindernis was al verpest.
Zorg dat je het parcours goed kent, zodat de voorbereidingen naar de hindernissen correct zijn. Draai bij een hindernis altijd die kant op, waarvan je denkt die galop nodig te hebben. Galopeer IN de wending weg, zodat je paard vanzelf de correcte galop aanneemt.
WE is een discipline waarvan de meest punten in de galop verdiend moeten worden. Besteed veel aandacht aan je galop, de snelheid en de correcte galop bij de hindernissen.
.

Geen tip maar een constatering:

De jury achte het rijden met een dun touwhalster niet verantwoord omdat dit tot wreedheid kon leiden. Het is toegestaan, mits het touw op de neus minimaal 12mm doorsnee is. Het Parelli touwhalster is slechts 6mm doorsnee op de neus en zou teveel snijden.Volgens de jury is dit scherpe halstermodel ontworpen voor grondwerk en correctie, maar niet om mee te rijden of het paard mee vast te zetten.
Tevens kwam de twisted wire ter sprake en ook deze is niet toegestaan.

Verder heeft de jury bij een paard bloed aan de flanken gezien, welk normaliter onmiddelijk tot uitsluiting leidt. Het is nu bij een waarschuwing gebleven. De oorzaak was een Portugese spoor die ondersteboven gedragen werd. Dit is in Portugal gebruikelijk maar in onze landen is het welzijn van het paard belangrijker en is het not-done.

Verdere tips over de hindernissen:

De WE hindernissen zijn op dressuurmatige en technische basis. Tussen de hindernissen hoor je in galop te rijden. Dit vergt al de nodige discipline en snelheidscontrole. Oefen thuis veel overgangen van stap naar galop, galop naar stap, vanuit galop halthouden, vanuit halthouden aangaloperen. Hierdoor krijgt je paard een lekkere acceleratie en kun je makkelijk schakelen tussen de hindernissen. Vooral het Iberische paard en de Quarter kunnen mooi vanuit die achterhand vertrekken en terukomen. Ben je een "Engelse" ruiter, ga dan eens bij een westerntrainer lessen, want die denken totaal anders over accelereren als de Engelse stijl. Die stoppen en draaien alsof het niks voorsteld.

De hindernissen zijn moeilijker als bij de TREC, maar weer makkelijker als in de westerntrail.

De Brug:

Elke brug is anders en je paard kan makkelijk over de ene gaan en niet goed durven over een andere. Je hoort te galoperen tot aan de markering, daarna in stap over te gaan en zonder aarzeling over de brug te stappen. Veel mensen remmen af op de voorhand, waardoor het paard op de kop duikt en vaak meteen remt op het aanzien van de brug. Maak je overgang op de achterhand en drijf meteen in de stap goed voorwaarts, waardoor alles vloeiender gaat en meer punten oplevert. De brug op de foto is niet geschikt om in galop genomen te worden omdat hij te kort en te laag is. In dit geval was deze brug niet opgenomen in de speedtrail.

In de speedtrail mag je de brug in galop nemen, kom dan op dezelfde manier aan: afremmen op de achterhand (maar dan zonder die overgang naar stap...) en rij in verzameling verder.
Deze Belgische brug is langer en breder en speciaal gemaakt om overheen te kunnen galoperen. Voor de stijltrail moet de hindernis in een nette, niet twijfelende stap gebeuren, maar in de Speedtrail gaat het op snelheid en dan mag je plankgas over zo'n brug heen knallen. Erg leuk om te doen vooral :-)

De Poort:

Een poort is een gecompliceerde oefening die bestaat uit een serie gecontroleerd movements, zoals een klein stukje voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts. En dat terwijl je ook maar één hand ter beschikking hebt om je paard in deze movements te sturen. Is je paard niet aan de beenhulpen, dan is de poort een bijna onmogelijke oefening! De poort maak je thuis na (een touw tussen twee palen is al voldoende) en oefen deze dagelijks. Maak telkens één pas en laat je paard wachten op de volgende aanwijzing. Zo voorkom je dat je paard tever doorloopt en je de poort los moet laten.

Er wordt gebruik gemaakt van vaste of touwen poorten. Vooral de touwen poorten zijn in de speedtrail favoriet, omdat je er snel en handig doorheen kunt wringen. De houten of ijzeren poort heeft als nadeel dat je er helemaal omheen moet. Een vaste poort vraagt meer bodycontrol.

De Sidepas:

Een technische oefening die behalve het zijwaartse vermogen ook het vertrouwen van het paard in de ruiter test. Ruiters die heel goed zijwaarts kunnen, lukt het vaak niet met een balk. Het paard is bang om erop te staan, er af te glijden en zich te bezeren. Op zich een goede keuze van het paard! Het begint vaak al dat de ruiter de plaats verkeerd inschat. De voorbenen zijn meestal veel te dicht op de balk omdat de ruiter langs zijn been naar beneden kijkt. Kijk altijd naar achteren over je schouder naar beneden en dan ligt de balk meer in het midden van de voor en achterbenen.
De eerste voorbereiding van de sidepas kun je het beste tegen de omheining doen, want het paard is niet gebaat met een hoop gepluk in zijn mond. Laat de omheiing dat werk doen. Ook kun je op de hoefslag al een balk leggen waar het paard "toevallig"even over moet. Zo maak je van de balk een miniem probleempje ipv een groot probleem.

Is je paard eenmaal super in de hand, dan kun je in de speedtrail de sidepas ook in galop gaan doen. Hou dan een galopappuyement voor ogen. Met een beetje oefening wil het best wel lukken.

Het rijden om twee of drie tonnen:

Bij deze hindernis is het kort draaien om de tonnen en de correcte galop belangrijk. In de Zware klassescoren de wissels en de correcte buiging. In de Lichte klasse is de wendbaarheid en gehoorzaamheid belangrijker. Draai scherp om de ton heen, waardoor je paard een mooie stelling/buiging laat zien. Kom aan in de juiste galop. Om de omschakeling van de richting neem je het paard netjes terug, maakt enkele passen in draf of stap en galopeer in de goede richting weg. halthouden is hierbij niet toegestaan, omdat dit een belangrijke onderbreking is in hetvoorwaarts rijden. let bij de drie tonnen hou de exacte route is. Afwijking hiervan levert een 0-score voor deze hindernis op. Als het nummer bij de rechterton staat, begint de eerste wending naar rechts. Als het nummer bij de linkerton staat, wordt dat je eerste wending.

. .

De Sprong:

In de reglementen, zelfs in de allerhoogste klasse, staat dat de sprong bestaat uit strobalen op zijn kant of een vergelijkbare hindernis die de hoogte van de strobalen niet mag overschrijden. Dat houdt in dat GEEN ENKELE sprong ooit hoger is als 60 cm. Het is dus alleen het aanblik die het moeilijk maakt. Vergeet het aanblik en rij alsof je van A naar B gaat en er staat toevallig iets in de weg waar je overspringt. Zo is de hindernis ooit bedoeld, niet als daadwerkelijke jumpingfence!

De baquette, oftewel een kleine afsprong:

Ook dit is een imitatie uit het veld. Het representeert een hoogteverschil, welk op luchtige wijze overwonnen wordt. De afsprong is nooit hoog. Veel mensen hebben last van hoogtevrees op deze hindernis, maar het is eigenlijk maar de helft van een normale sprong: Naar boven hoef je niet meer, enkel het tweede deel van de sprong, het naar beneden gaan. Kijk nooit naar beneden in de sprong, want dan raak je makkelijk uit evenwicht. Ook stoor je daarbij je paard, waardoor ook hij uit evenwicht kan raken. Kijk recht voor je. Neem vantevoren een punt in gedachte en bij het aanrijden zoek je dat punt op en blijft er naar kijken tot je beneden bent.

. . . . . . . . . . . . . .

Slalom:

Tip van de jury voor de organisator: Gebruik de dubbele slalom voor de beginners en de enkele slalom voor de gevorderden. Wij deden dus net andersom.
Omdat de wendingen bij de stijltrail verplicht in de goede galop moeten zijn (in de Lichte klasse wordt draf getolereerd maar niet de stap) is de slalom een van de moeilijkste hindernissen van de WE. De enkele slalom leek ons makkelijker, maar omdat er erg weinig tijd tussen de wissels zit, zijn eenvoudige galopwissels bijna onmogelijk. De slalom in draf rijden was dan de enige optie. In de dubbele slalom heb je meer tijd om de andere galop aan te nemen. je kunt dus telkens een halve volte galoperen, voor de middellijn een overgang maken naar stap of draf en je hebt genoeg tijd om weer aan te galoperen en de volgende wending te maken. De jury stelde voor om voor de Lichte klasse 3 tot 5 paaltjes te zetten, en voor de zware klasse alle 9 paaltjes die voor deze hindernis staan. Voor de Speedtrail wordt voor beide niveau's de enkele slalom gebruikt, want dan maakt de correcte galop geen deel meer uit van de oefening en kun je ongestraft door de slalom scheuren.
In de toekomst zullen we deze suggestie uitvoeren en zien hoe het in de praktijk werkt.

. . . .
Buiging en stelling in de juiste galop zijn bij de slalom de belangrijkste criteria

De stok en het ringsteken:

Het werk met de stok vergt vertrouwen van het paard, het goed eenhandig kunnen rijden en handigheid met de stok. De meest typische WE hindernis en vrijwel altijd in het parcours opgenomen. Gebruikelijk is de stok uit de ton nemen, een rondje rijden en terugplaatsen, of onderweg ringsteken, bal afwerpen of plankje omgooien. In de zware klasse wordt ook wel eens een heel parcours er mee gevraagd, dus ook springen en slalomen. In dat geval wordt het eenhandig rijden zwaar op de proef gesteld en moet het paard ongelooflijke discipline hebben!

In Nederland gebruiken we speciaal een stok met twee verschillende kleuren, zodat de jury van een afstand al kan zien of de stok correct uit de ton genomen is. De bedoeling is dat je voorwaarts naar de ton rijdt en hem in voorwaartse richting uitneemt. De stok staat rood-wit-blauw in de rood-wit-blauwe ton (ezelsbruggetje, want zo moet ie er ook weer in)

In het begin benader je de ton in stap of draf (nooit stilstaan!) en neem je de stok uit de ton. Benader de ton altijd aan de juiste kant, anders zit je vrije hand aan de verkeerde kant, wat gevaarlijk is en weinig score oplevert. Pak de stok in het midden vast (het witte deel met extra grip) en duw de rode zijde naar voren uit de ton.

Op deze manier kun je ook met snelheid een stok uit een ton nemen. In de goede richting mag je een ronde om de ton rijden om meer tijd te maken om de stok eruit te halen. Vooral als je later de oefening in galop gaat doen, zal dit vaak nodig zijn.

Draag de stok onderhands en zorg dat je je paard er niet mee raakt. Hou de stok recht naar voren of schuin omhoog, dit voorkomt dat je gelanceert wordt, mocht je bv met de punt de grond raken. Tijdens hindernissen als slalom en brug, hou je de stok recht omhoog, met de rode kant naar boven.

Rij met gepaste snelheid op het "ringsteken" af. Stap is niet toegestaan, de zware klasse verplicht in galop, de lichte klasse mag ook in draf, al zal galop makkelijker zijn gezien de stuiterbeweging van de draf. Concentreer je op het voorwerp en raak deze met de punt van de stok. Er zijwaarts afslaan, zoals mogelijk is bij bal afgooien of plankje omverwerpen, telt niet!

In de lichte klasse wordt het steken of omver werpen van één voorwerp gevraagd, in de zware klasse kunnen dat ook meerdere voorwerpen zijn.

Terug bij de ton breng je de stok in verticale positie door vanuit je pols te draaien. Plaats de blauwe kant in de ton, eventueel tijdens een ronde om de ton. Bij het rijden van een ronde moet je natuurlijk dicht bij de ton blijven, anders kun je er niet bij.

Mocht je de ton missen, draai dan terug. Als de stok niet terug in de ton komt, moet je officieel afstappen en hem alsnog in de ton zetten. (Tussentijds laten vallen is hierop een uitzondering, omdat het dan een gevaarlijke situatie betreft en we geen ongelukken willen!)
In de Speedtrail hoeft dat niet maar krijg je meteen 30 strafpunten voor het niet uitvoeren van de oefening.

Het getuigt van grote klasse als je een ronde om de ton kunt rijden met de stok in je hand in de ton staande.

Safety for all! Mocht je merken dat je paard tijdens het rijden met de stok niet meer onder controle staat, laat dan de stok gewoon vallen en oefen thuis eerst wat meer. Het paard heeft onvoldoende vertrouwen of is bang van de stok. Ook kun je controle kwijt zijn omdat het eenhandig rijden nog niet lukt. Laat de stok en de punten maar vallen, want het mag nooit gevaarlijke situaties opleveren...
Weggooien heeft vaak een averechts effect. Laat de stok gewoon los.

Livestock pen:

De meest originele hindernis die er bestaat! En belangrijk, want hoe wil je beesten opdrijven als je paard er bang van is. De livestock bestaat meestal uit kippen, eenden, schapen en in Spanje soms een heus stierkalf. Daarom heen is een lage omheining. Je wordt geacht een kleine ronde te kunnen galoperen, zonder dat de beestjes in de kooi indruk maken op het paard. No Big Deal, zo moet het eruit zien. In de praktijk voorlopig nog niet zo makkelijk als het eruit hoort te zien maar oefening baart kunst. Deze hindernis is een kwestie van veel doen, zodat je paard ervaart dat het inderdaad No Big Deal is...

Water:

In tegenstelling tot de TREC, dient de waterbak in galop genomen te worden. Elke aarzeling of gebrek aan vertrouwen in de ruiter wordt bestraft. In de lichte klasse mag men de waterbak in draf of vlotte stap benaderen en het best daarna aangaloperen. Het inrijden van het water is het moeilijkst. Bij de TREC moet het water in stap genomen worden, omdat deze een diepe plas zou kunnen zijn, of een ongelijke bodem. Bij de WE gaat het echter niet om een doorwaadplaats maar om een onverwachte waterplas, die je in het veld kunt tegen komen na een regenbui. Geen ruiter die net plankgas achter koeien aanrijdt wil halsoverkop op de rem vliegen omdat er toevallig een waterplasje ligt. Met deze intentie is het water in de WE opgenomen. Het water kan ook bestaan uit een sloot, waarover dan gesprongen dient te worden.

Om het vertrouwen van het paard niet te beschamen, is het water nooit diep. 10 tot 20 cm is voldoende. Zwemmen is nooit aan de orde.

Deze waterbak is gemaakt om met koetsen door te rijden. De bodem is van ruw beton en nooit glad. Men rijdt er in volle galop met enkel-, dubbel- en zelfs vierspannen doorheen.
Foto boven is van een paardje met weinig ervaring op dit soort hindernissen. De ruiter geeft haar paard de kans om vertrouwen te krijgen, zelfs als dat enkele punten kost.
Foto rechts is een jong TRECpaard met al een beetje ervaring en vooral: Hij vindt het leuk!

Kent je paard eenmaal het principe "Water is Fun", dan moet het water niet veel problemen opleveren. Het is geen technische hindernis.

De bel in de corridor, recht achterwaarts of in een L.

De bel is een afleidingsmaneuvre en stelt eigenlijk niet zoveel voor. Door de bel uit de richting te plaatsen, moet de ruiter overhangen om erbij te kunnen. (zie 1e foto). Vervolgens moet de ruiter achteruit de gang verlaten, maar door het overhangen staat het paard meestal scheef, waardoor de ruiter min of meer in de fout geduwd wordt. (zie 2e foto)
Belangrijk bij deze hindernis is het zo dicht mogelijk bij de bel zien te komen, het paard onbeweeglijk stil laten staan tijdens het bellen, zodat hij zijn balans over 4 benen verdeeld houdt, eventueel het paard alvorens het achterwaarts te vragen eerst secuur recht neer te zetten. Dan langzaam de hindernis achterwaarts verlaten.
In de zware klasse wordt een L-vormig achterwaarts gevraagd, welke een hoek in het achterwaarts maakt. Die hoek moet je kalm en rustig doorkomen, zodat je geen zijkanten omstoot. Stap voor stap, net als bij de poort, zonder overhaast te gaan. (Zie 3e foto)

. . . .

Glas op de paal:

Deze hindernis is qua opzet identiek aan de vorige. Door het glas te pakken raakt de balans verstoord en wordt het recht achterwaarts moeilijk gemaakt. Omdat de ruiter het glas vastheeft, moet het achterwaarts met één hand, wat duidelijk moeilijker is als de corridor met bel.
In de zware klasse kan een achterwaartse slalom gevraagd worden tussen de 1e en 2e pion en de 2e en 3e pion. In plaats van één hoek, zoals bij de L, heb je nu twee hoeken, dus lastiger.

. . .

De kruik:

De kruik is de allerbelangrijkste hindernis van het hele parcours! In spanje en Portugal gaan ze zelfs zover dat het omgooien van het tafeltje onmiddelijk leidt tot diskwalificatie van het hele evenement! Niet stilstaan wordt heel streng gestraft. Het niet correct terug kunnen plaatsen wordt ook niet gewaardeerd.
De achterliggende gedachte is dat het paard in de pauze van het werk onbeweeglijk stil moest kunnen staan bij een tafel of buffet, zodat de ruiter zonder af te stappen zijn drank op zijn gemak op kon drinken.

In de wedstrijd is het aanrijden belangrijk, het halthouden dicht bij de tafel, het grijpen van de kruik zonder het bovenlichaam overdreven te bewegen (bukken mag, de tafel is altijd te laag...) de kruik" leeg te drinken", door deze demonstratief boven het hoofd te houden met gestrekte arm en daarna terugzetten zonder overdreven beweging van het bovenlichaam.

Net als de poort is dit een gecompliceerde hindernis die er makkelijker uitziet als dat hij is. Oefen net als de poort de oefening in fases. In de wedstrijden ligt er op de tafel of kruk soms een wapperend kleedje wat voor aanrijproblemen kan zorgen. Soms is het een decoratief plaatje met een mand broodje, een fles wijn en een bloemenvaas, allemaal als afleiding.
Visueel moeilijk gemaakt dus.

Speedtrail:

In deze trail gaat het enkel en alleen om de tijd. Alle remmen los! Voor het omverwerpen van hindernisdelen of het overslaan ervan, krijgt met penalties in de vorm van extra tijd, die bij je gereden tijd wordt opgeteld. Weigeringen en aarzelingen straffen zichzelf.

Natuurlijk neem je met een hoge snelheid ook meer risico en op tijd kunnen afremmen is belangrijk. Als je geen fouten maakt, krijg je ook geen extra tijd en kun je met een langzamere race toch winnen. Let dus goed op de knelpunten van de vorige stijlparcours, waar je doorgaans genomen alle hindernissen al eens gezien hebt. Je weet dus hoe je paard erop reageert. Anticipeer daarop, neem meer risico waar het heel goed ging in de stijltrail en doe rustiger aan daar waar je paard problemen had.

Als je paard geen problemen heeft met water, levert dat vaak spectaculaire beelden op.

Tussen de hindernissen kun je snel doorrijden en wat bochten afsnijden, maar ook in de hindernis kun je aardig wat tijd winnen door kleinere bewegingen te maken. Bij de slalom hoef je niet meer in de goede galop te zitten en bij de barrels kun je net als een barrelracer heel kort om de ton heen draaien. Natuurlijk altijd zorgen dat je niet omgooit, aanraakt of voorbijvliegt, want "strafseconde is zonde"

Met dank aan Jolanda Scheepen voor het mogen plaatsen van de foto's

Zo... Nu is het niet meer zo moeilijk.
Ik zie jullie dus allemaal op de volgende wedstrijd!!!